Nieuw subscriptiemodel Red Hat Enterprise Linux

10/10/2013 - Bart Idenburg, Solution Advisor

Per 1 oktober 2013 heeft Red Hat een nieuw subscriptiemodel aangekondigd voor Red Hat Enterprise Linux. Dit nieuwe model is het gevolg van 2 jaar intensief overleg met verschillende grote Red Hat klanten om het model te optimaliseren. Hoe ziet het nieuwe model er exact uit en wat zijn de voordelen? Dit nieuwe model is het gevolg van 2 jaar intensief overleg met verschillende grote Red Hat klanten om het model te optimaliseren en te vereenvoudigen richting de toekomst. Hoe ziet het nieuwe model er exact uit en wat zijn de voordelen?

Flexibiliteit

Eigenlijk bestaat er binnen het nieuwe subscriptiemodel nog maar één type subscriptie die geschikt is voor zowel fysieke als virtuele omgevingen. Voordeel is dat indien er een virtuele Red Hat server ingezet gaat worden, er niet meer naar de onderliggende hardware of vCPU´s gekeken hoeft te worden. Voor elke Red Hat subscriptie kunnen twee virtuele RHEL servers ingezet worden. Dezelfde subscriptie is dus ook geschikt voor fysieke servers. Hierbij moet er wel naar het aantal sockets van de hardware worden gekeken. Waar er echter voorheen aparte subscripties waren voor machines met meer dan 2 sockets, is het bij het nieuwe subscriptiemodel zo dat er alleen maar een subscriptie bestaat voor machines met één en twee sockets. Wordt RHEL ingezet op een machine met meer dan 2 sockets? Dan is het mogelijk om meerdere subscripties te stacken voor één machine om daarmee toch aan het benodigde aantal sockets te komen.

Het voordeel hiervan zit hem voornamelijk in de flexibiliteit. In de vorige situatie kon het zomaar zijn dat indien er een 8 socket serversubscriptie was aangekocht, deze bij het uitfaseren van de hardware niet zomaar meer ingezet kon worden voor een andere server, tenzij dit ook een 8 socket server is. Bij het nieuwe subscriptiemodel zijn alle subscripties hetzelfde dus indien er een server uitgefaseerd wordt, kan de subscriptie weer gemakkelijk ergens anders ingezet worden.


Supportvormen

Wat betreft de supportvormen verandert er weinig. Er zijn nog steeds 3 supportvormen:

  1. Self-support.
  2. Standard support.
  3. Premium support.

Het is wel zo dat self-support vanaf heden verandert in entry level om nog meer de beperkingen te benadrukken. Zo is deze subscriptie bijvoorbeeld niet stackable. Deze subscripties mogen ook niet gebruikt worden in een virtuele omgeving en zijn dus alleen geschikt voor fysieke servers met een of twee sockets. In de meeste gevallen moet er dus een keuze gemaakt worden tussen standard en premium support.


Virtual datacenters

Met het toenemende aantal virtuele omgevingen introduceert Red Hat ook een nieuwe subscriptievorm, namelijk RHEL for virtual datacenters. Dit is een subscriptie waarmee een ongelimiteerd aantal virtuele RHEL servers bovenop een fysieke machine wordt afgekocht. Bij deze subscriptievorm moet wel weer naar het aantal onderliggende sockets van de fysieke server worden gekeken. Per socket pair dient vervolgens één subscriptie te worden gekocht.


Veel voordelen

Aangezien de pricing helemaal gelijk blijft lijkt het nieuwe subscriptiemodel vooral voordelen te hebben:

  • het aantal soorten subscripties is sterk gereduceerd;
  • de flexibiliteit is groter gemaakt;
  • er is beter ingespeeld op virtuele omgevingen.


Zijn er ook situaties waarin de nieuwe subscriptievorm nadelig uitpakt?

Ja, dit is met name het geval bij de kleinere omgevingen. Bijvoorbeeld als er een subscriptie nodig is voor 1 virtuele server. Over het algemeen kun je zeggen dat Red Hat zeer goed naar haar klanten heeft geluisterd en goed heeft ingespeeld op de veranderende situatie qua infrastructuur bij klanten.


Meer informatie

Wilt u meer informatie over Red Hat? Naam dan contact op met onze Solution Advisor Bart Idenburg, of uw vaste contactpersoon binnen onze organisatie.

Neem contact op

Bart Idenburg

Bart Idenburg

Solution Advisor

Deel deze pagina